Amersfoorts forum voor architectuur, stedenbouw en landschap

FacebookVimeopodcastInstagramLinkedinNewsletterEnglish

 

Verslag bijeenkomst collectieve woonvormen


Samen wonen, samen leven: succes komt niet vanzelf


Door individualisering en het wegvallen van zorg neemt de vraag naar collectief wonen toe: woonvormen waarin bewoners bewust samenleven, elkaar ontmoeten en ruimtes of voorzieningen delen. Toch komen ze moeilijk van de grond. Wat is er nodig om deze initiatieven wél te laten slagen? En wat betekent het eigenlijk om ‘collectief’ te wonen? Daarover ging een volle zaal ontwerpers, beheerder, onderzoekers en bewoners in gesprek op 17 september, tijdens een bijeenkomst georganiseerd door FASadE, AORTA en CoLA met ondersteuning door ARO.

Een flatgebouw kan ook een hofje zijn
Een van de meest kenmerkende vormen van collectief wonen is het hofje. Voor zo’n vijftig deelnemers begint de middag daarom met een wandeling langs hofjes in de Amersfoortse binnenstad. Maar wat maakt een hof eigenlijk een hof? Een universele definitie is er niet: hofjes zijn er in vele vormen, van oud tot nieuw, met gedeelde voorzieningen of enkel een gezamenlijke binnentuin. Wel delen ze vaak een aantal kenmerken: voordeuren aan het hof, een duidelijke overgang tussen straat en hof, minstens drie ontworpen kanten en een gedeelde ruimte. Een hofje hoeft daarom niet per definitie een vorm van collectief wonen te zijn, al lokt het intieme karakter ontmoeting wel uit.


foto: Rufus de Vries

Gewapend met paraplu's tegen dreigende buien lopen vandaag naast lokale belangstellenden mensen mee uit Nijmegen, Eindhoven, Groningen, Hilversum, Delft en zelfs Duitsland mee, Tijdens de wandeling wordt één ding al snel duidelijk: hofjes zijn veelzijdiger dan gedacht. Bij Waltoren delen bewoners een binnentuin met speelplaats, maar in de plint van hun gebouw zitten parkeergarages, waardoor er op straatniveau minder ontmoeting is. Het historische Armen de Poth voelt intiem, maar heeft kleine privétuintjes en voordeuren die niet aan de hofzijde zitten. Het Dreyershofje laat zien dat een hof vooral door de bewoners wordt gemaakt. Een voormalig bewoner vertelt hoe het nu zo gewilde hofje eerder verloederde, tot de gemeente er kunstenaars huisvestte die voor creativiteit en harmonie moesten zorgen. De diversiteit aan verschijningsvormen verrast de deelnemers: “Ik wist niet dat een flatgebouw ook een hofje kon zijn.”


foto van een deelnemer

Collectieve woonvormen ontstaan niet zomaar 
Na de rondleiding trekt het gezelschap naar de Mannenzaal, een historisch gasthuis in het hart van Amersfoort. Aan de muren hangen foto's van Rufus de Vries, die in opdracht van FASadE bewoners van Amersfoortse hofjes in woord en beeld portretteerde. Met zo’n vijfenzeventig bezoekers - waaronder ontwerpers, stedenbouwkundigen, adviseurs, onderzoekers en ambtenaren, hofjesbewoners en andere geïnteresseerden - zit de zaal vol. Onder hen was ook wethouder Jeroen Bulthuis.

Journalist Robin de Wever, zelf hofjesbewoner en dus ervaringsdeskundige, leidt de middag. Het programma wordt geopend met de presentatie van de hofjeskaart van FASadE, een bloemlezing van vijfentwintig Amersfoortse hofjes. De eerste kaart is voor wethouder Bulthuis, die aangeeft dat er vanuit de gemeente veel enthousiasme is voor collectieve woonvormen. Toch ziet hij ook uitdagingen: “Collectieve woonvormen ontstaan niet zomaar, dus als gemeente willen we bij zulke concepten iets soepeler met onze eisen omgaan. Het is ongelofelijk tijdsintensief, dus we kunnen het niet volop aanjagen – maar we staan er zeker positief tegenover.”


foto: Rufus de Vries

We missen voordeuren, geen slaapkamers
Kan collectief wonen helpen om bestaande woningen beter te benutten, en zo het nijpende woningtekort verlichten? Dat onderzocht het Rotterdamse Atelier van Berlo met het ontwerpend onderzoek Ruimtegenoten. Nederland heeft twee keer zoveel gezinswoningen als gezinnen, terwijl vooral ouderen te groot blijven wonen omdat ze geen kleinere, toekomstbestendige woning kunnen vinden. “Het aantal slaapkamers hebben we wel, we missen alleen voordeuren”, zegt Marleen Delfos, architect bij Atelier van Berlo.


foto: Rufus de Vries

Voor het onderzoek gingen Delfos en haar collega's in gesprek met bewoners van Lage Land en Prinsenland in Rotterdam, wijken met veel 55-plussers. Drie dingen kwamen steeds terug: mensen zien zichzelf niet als senior, willen in hun eigen buurt blijven en willen bij een gemeenschap horen. 

Om bestaande woningen beter te benutten ziet Atelier van Berlo verschillende mogelijkheden: eengezinswoningen splitsen, mantelzorgwoningen op het dak plaatsen, appartementen optoppen of bio-based nieuwbouw in hofvorm. Een voorbeeld is het 'Hof op Hoogte': een blok rijtjeswoningen krijgt een extra verdieping met levensloopbestendige woningen. Een leefgalerij dient als stoep op hoogte waar bewoners elkaar tegenkomen. In de plint (begane grond) komt een feestkamer en er is een gedeelde tuin. Omdat de bestaande constructie blijft staan, wordt veel materiaal bespaard en CO2 uitstoot gereduceerd. 
 
Volgens Delfos gaat het niet alleen om de woningen, maar om de hele wijk: die moet intergenerationeel worden, met veilige straten en rolstoeltoegankelijke stoepen. Het aantal 65-plussers zal de komende 15 jaar met 25% toenemen. Het aantal alleenwonende ouderen neemt toe naar 1,7 miljoen in 2040. De zorgkosten van de ouderenzorg zullen in 2040 zijn gestegen van 19 naar 43 miljard euro. Initiatieven die de vraag naar zorg kunnen vertragen, bijvoorbeeld collectieve woonvormen, leveren uiteindelijk een besparing in specialistische zorgkosten op. Er is behoefte aan duidelijke investeringsmodellen, die kosten en baten over een langere termijn beschouwen. 

Delfos ziet ook veel potentie in coöperatieve woonvormen, waarbij bewoners zelf bepalen hoe ze willen wonen en wat ze delen. Wethouder Bulthuis benadrukt dat daarvoor goede voorbeelden nodig zijn en dat een draaiboek zou helpen. Een architect uit het publiek wijst erop dat er elders in het land al veel gebeurt en dat de provincie daar financiering biedt, wat in Utrecht nog niet het geval is. Een andere aanwezige attendeert de zaal op de recente handreiking collectief bouwen van RVO. 

Niet meer ontmoetingsruimten, maar meer samenhang
Fleur Imming, regiodirecteur Amersfoort van De Alliantie, deelt het perspectief van Delfos dat er meer naar wijken dan naar losse gebouwen gekeken moet worden. Bij nieuwbouw worden vrijwel altijd collectieve voorzieningen toegevoegd, maar dat levert dilemma’s op, vertelt ze: mooie ontmoetingsruimten die door twee of drie bewoners worden getrokken, maar tachtig procent van de tijd leegstaan. De Alliantie stelt ontmoetingsruimten daarom steeds vaker open voor de buurt, maar dat vraagt wel om een activiteitenprogramma dat moet worden gedragen.


foto: Rufus de Vries

Volgens Imming zijn daarom niet per se meer ontmoetingsruimten nodig, maar meer samenhang: hoe laat je stenen en mensen op elkaar aansluiten, zodat je bouwt aan gemeenschap? Ze is kritisch over wat op papier mooi klinkt: “De oplossingen spatten van het papier af, maar de realiteit is weerbarstiger.” Ze is dan ook voorzichtig als het gaat om optoppen, wat in haar ervaring duur en bouwkundig uitdagend is. Ook grondgebonden woningen ziet ze niet als oplossing voor haar huurders, van wie 60% alleenstaand is. Haar oproep is dan ook: “Geef ons de opdracht om voor kleinere huishoudens te bouwen.” 

Mensen vormen een gemeenschap 
Hoewel er deze middag veel is gesproken over het ontwerpen en bouwen van collectieve woonvormen, benadrukt Guido van Ingen, sociaal beheerder bij Portaal, dat de bewoners zelf minstens zo belangrijk zijn. “We hebben het veel gehad over stenen, maar mensen vormen een gemeenschap”, zegt hij – waarop de zaal applaudisseert.
Collectief wonen betekent ook dat je mensen uitsluit, legt Van Ingen uit. Een zekere gelijkgestemdheid is belangrijk voor gemeenschapszin: bewoners horen wél bij het collectief, buitenstaanders niet. Van Ingen woonde van 2016 tot 2022 in Majella, een gemengd woonproject van de Tussenvoorziening in Utrecht. In dit gemengde woonproject met tachtig bewoners, woonden ex‑dak- en thuislozen en reguliere huurders samen en werden daarbij begeleid.  Majella was een flatgebouw, maar mét een gedeelde binnentuin waarin veel initiatieven ontstonden. Wat de bewoners van Majella verbond: iedereen had behoefte aan contact en de motivatie om mee te bouwen aan een gemeenschap. Ook bij het bezoek aan de hofjes eerder deze middag kwam het belang van regie op toewijzing aan bewoners naar voren.


foto tuin Majella via Guido van Ingen
   
Contact bevorder je volgens Van Ingen door het als vrijwilligerswerk in te steken. Een koffieochtend is spannend, een gezamenlijke klus een laagdrempelig excuus: als je samen een fiets repareert, hoef je niet steeds te praten. Het succes van collectief wonen meet je niet aan het aantal activiteiten, vindt hij, maar aan of bewoners elkaar kennen. Dat gaat niet vanzelf. Er zijn gedeelde ruimten nodig, zorg en ondersteuning, en waar nodig een community coach, waarvoor steun van de gemeente essentieel is. Bewoners moeten zelf gemotiveerd zijn, en de verwachtingen lopen uiteen: sommigen willen veel samen doen, anderen zijn tevreden met een praatje bij de brievenbus. Als beheerder moet je daarom niet te veel en te snel willen, zegt Van Ingen: lichte ontmoeting, koetjes en kalfjes, is een goed begin.

Aan het eind van de middag kan worden geconcludeerd dat collectief wonen nooit vanzelf ontstaat. Het vraagt extra inspanning om het te laten werken. Het is complex om nieuw te realiseren, maar de behoefte is ook groot. Bovendien is er naast de woon-en zorgopgave de klimaatopgave. Marleen Delfos maakte terecht het punt dat we niet kunnen blijven bouwen zoals we dat nu doen, omdat de Nederlandse bouwsector (als geheel) daar het CO₂-budget niet voor heeft. De gebouwde omgeving is de plek waar in moet worden geïnvesteerd om woonaanbod en woonvraag beter op elkaar af te stemmen. Veel is mogelijk als je niet blijft steken in beperkingen.

Verder lezen?



 

Zin in een nieuwsbrief vol architectuur, stedenbouw en landschap?   Meld je aan

FASadE agendeert / Lees meer

Agenda

foto: Rufus de Vries